|
Eerst was er Mercy in 2004, vervolgens Pretty World in 2007 en eerdaags verschijnt (op het mede door Jimmy Lafave opgerichte label Music Road Records) Cotton, als de finale episode van een persoonlijke drieluik van de excellente singer-songwriter Sam Baker uit Austin, Texas
Hij, die tijdens een trip door Peru in 1986 te nauwer nood een treinaanslag (door de – nog altijd actieve – maoïstische guerrillabeweging het Lichtend Pad) overleefde, maar blijvende schade overhield aan gehoor, geheugen, spraak, hand- en beenmotoriek. In de lange periode van fysieke – en mentale revalidatie die volgde en de almaar opdoemende zingevingvraag over het brute voorval, vond hij een verwerkingsmanier door het schrijven van liedjes. Of beter: door het optekenen van filosofische, observerende en zelfreflecterende anekdotes, waarin verschillende personages figureren die, volgens Baker zelf, het mooie, moeilijke en bovenzinnelijke van het leven verbeelden.
Waar(om) tezelfdertijd de een sterft en de ander overleeft, daarover met name handelt Mercy, vormen dankbaarheid en schoonheid van het leven de rode draad in Pretty World en staat vergeving centraal in het dertien stukken bevattende Cotton. Opnieuw een indrukwekkende songcollectie vanwege de surrealistische teksten, emotionele gelaagdheid en de sterk melancholische context, waarmee hij zo fijnzinnig zijn wisselende gemoedstoestand van worsteling, berusting en acceptatie tot uitdrukking brengt.
De muzikale invulling is, op een paar uitzonderingen na, wederom akoestisch en van een uitgekiende diversiteit. Maar tevens rijker door het ontroerende pianospel van Steve Conn in het instrumentale tussenstuk ‘Say The Right Words’, in de elke vezelrakende reeks ‘Signs’, ‘Angel Hair’, ‘Bridal Chest’ en albumsluiter ‘Snow’. Is het niet de piano, dan zorgt het verstilde en droef stemmende vioolgeluid van co-producer Tim Lorsch in ‘Moon’, ’Mennonite’ en traditional ‘Who’s Gonna Be Youe Man’ voor constant hoog kippenvel of anders wel de huilende pedalsteel van Mike Daly in ‘Angel Hair’. Incidenteel is er de elektrische gitaar zoals in ‘Palestine I’ (dat trouwens voorafgegaan wordt door het akoestische ‘Palestine II’) en drums in het titelnummer. De sterkst instrumentele afdruk komt natuurlijk van Sam Baker zelf, met zijn karakteristieke halfzingende, halfdeclamerende stemgeluid, dat regelmatig gezelschap krijgt van de prachtige tweede stem van Chris Baker-Davies en/of ondersteund wordt door de mooie harmonieën van een viertal achtergrondzangers.
Artistiek muzikaal is Cotton de vervolmaking van Mercy en Pretty World. Sam Baker weet als geen ander zijn levenservaring en – opvatting in zeer intense songs te gieten. Dieproerend. (Huub Thomassen)
|