|
James Cotton is inmiddels 75 jaar en is nog een van de weinig levende bluesmuzikanten die furore maakten tijdens de hoogtijdagen van de Chicago-blues. De harmonicaspeler stoeit al geruime tijd met zijn gezondheid. Al meer dan 10 jaar lijdt hij aan keelkanker, waardoor hij niet meer kan zingen. Door de ziekte valt ook het praten hem zwaar. Toch weerhoudt hem dat niet om nog geregeld op te treden en nieuwe albums op te nemen. Op negen jarige leeftijd leerde Cotton de eerste kunstjes van een van de grootste smoelschuivers aller tijden Sonny Boy Williamson.
James werd straatmuzikant in Memphis totdat de tiener door Howlin’Wolf werd opgepikt. Cotton speelde een tijdje met Wolf en daarna werd hij door Muddy Waters gevraagd om de plaats van Junior Wells in te nemen. In Muddy’s band speelde hij 12 jaar, waarna hij voor zichzelf begon. Cotton’s live-acts zijn nog altijd heel dynamisch. Met zijn huidige band nam hij voor Alligator Records zijn nieuwe schijf Giant op. Het album opent met Buried Alive In The Blues, dat bekend werd in de uitvoering van Janis Joplin. Cotton speelt het nummer in een snellere uitvoering. De zang op deze CD laat hij vooral over aan gitarist Slam Allen. Zijn zang klinkt nogal mat en lijkt enigszins op BB King. Voor de rest is het een uitstekende band met een geweldige ritme-sectie (Noel Neal op bas en Kenny Neal, Jr. op drums). James Cotton krijgt alle gelegenheid om zijn volvette smoelschuif-klanken te etaleren. Muddy Waters wordt geëerd door de uitvoering van zijn Sad Sad Day, Find Yourself Another Fool en Going Down Mainstreet. Daarnaast zijn er twee instrumentale nummers: het up tempo With The Quickness en een eerbetoon aan de koningin van de blues Koko Taylor. Giant is een aanrader voor de liefhebber van ouderwetse stedelijke blues met het accent op de wervelende smoelschuif van de oude meester. (Paul Jonker)
|