|
Je hebt laat en vroeg bloeiers in het singer-songwriter circuit. In de vorm van de uit California afkomstige Delaney Gibson dient zich dit keer een “early bird” aan. Onder het motto “Mooi is saai en perfect is niet opgepoetst” levert ze, op haar vierentwintigste, haar derde CD af. “The Worst Kind of Way” is de opvolgen van “Unattached” (2004) en de EP “Cruel and Beautiful” uit 2006. De laatst genoemde EP bracht Gibson al op verschillende grote Europese podia. Gibson toerde twee jaar geleden in de EU met ondermeer Barbara Streisand, Barry Manilow en Andrea Bocelli. Opmerkelijk is het dan dat ze nog niet is opgemerkt bij het mainstream publiek. Al luisterend naar “The Worst Kind of Way” kan je daar dan ook wel iets bij voorstellen.
De folk en alternatieve poprock muziek, haar geavanceerd gitaar en pianospel en Gibson’s uitgebalanceerde stem maken het bepaalt geen makkelijke luistergang. De melodieën en arrangementen van de liedjes maken onverwachte draaiingen. Je vraagt je in eerste instantie af, hoe zit ik dit uit? Neem dus gerust even de tijd om liedjes als “I’m Alive” en de binnensluipende titeltrack echt te ontdekken. De banjo bewerking in “Push” heeft iets weg van Nelly Furtado, maar dan met meer spiermassa. Het slimme Dobro spel en Gibson’s zangbereik in “I Think I Have OCD” doet weer denken aan bijvoorbeeld Patricia Vonne. Opvallende tekstvlagen in het liedje “Champagne and Cyanide”. “I have an elegant complex, the more I have the more I lack” even later “I got a nuclear bomb for a brain. Men ready to die an entire fleet”. Hallo, hoe kom je erop? Onvoorspelbaar ook de hiddentrack “Je ne t’aime pas”, het is potjandorie bij opera? Het producer duo Andrew Synowiec (Marc Anthony, Aimee Mann) en Jesse Siebenberg (Supertramp) laten deze welopgeleide “early bird” behoorlijk haar gang gaan.
Niet echt een CD waar echte Roots liefhebbers op zitten te wachten, maar beslist wel een voor diegene die voor de betere mainstream muziek gaan. (Jan Janssen)
|