|
Voor Mark Wayne Glasmire, zoals bij vele vergelijkbare musici, is het een langdurig gevecht geweest om enige erkenning te verkrijgen. Op zijn tiende kreeg hij een gitaar via zijn ouders van de Kerstman. Hij had kort daarvoor de Beatles op de Ed Sullivan show gezien en wist dat muziek zijn levensdoel zou worden.
Maar Mark liet de gitaar na een paar lessen voor wat die was en vond voorlopig meer plezier in atletiek en werken. Luisteren naar muziek bleef hij wel intensief doen, de groten van de jaren 70 hebben zijn muziek behoorlijk beïnvloed: Crosby/Stills/Nash/Young, Jim Croce en Harry Chapin. Rond zijn twintigste pakte hij de gitaar weer op en in de jaren 80 trad hij veel op in New York City, o.a. in Folk City, The Speakeasy en The Bottom Line en dat naast zijn werk in de bouw overdag. In deze periode verschijnt zijn eerste CD, ‘Sad songs’, alsmede een EP (samen met een paar vrienden). Mark groeide in zijn muzikale mogelijkheden, zijn liedjes werden steeds beter en hij besluit zijn geluk te gaan beproeven in Nashville. In 1995 verhuist hij naar deze stad, een jaar later komt zijn tweede CD uit, ‘All of my heart’. Het schijfje wordt goed ontvangen en krijgt de nodige airplay, ook in Europa. Maar een doorbraak blijft uit, al is hij dicht bij een contract voor Asylum Records. Dus gaat hij weer in de bouw werken, nu bij een landelijk opererende maatschappij waardoor hij veel moet reizen. Muziek blijft zijn eerste liefde, in 2006 komt weer een CD uit, ‘Scrapbook’ en nu is er dus de vierde, opgenomen in Nashville. Het is een mooi gearrangeerd Nashville-product geworden met veel aandacht voor mandoline, fiddle en dobro (allen bespeeld door Wanda Vick, die ook voor banjo en bazookie (wat is dat eigenlijk??) tekent). De arrangementen zijn zodanig opgesteld dat er een vermoeden ontstaat van strijkers in de begeleiding, maar misschien zijn er wel strijkers actief of wellicht helpt keyboardbespeler Gene Rabbai hier.
Er is namelijk geen vermelding van strijkers in de credits. De liedjes (10 van de 12 zijn van Mark zelf) hebben een mooie melodielijn, zijn gevoelig, ofwel ballad of mid-tempo, de stem soepel en aangenaam warm, een beetje als John Denver. Nette, mooi afgewerkte Nashville-muziek, prettig om naar te luisteren. Maar ik kom nooit op het puntje van mijn stoel terecht. (Fred Schmale)
|