JULI 2011

Jude Johnstone, Quiet Girl  (Bojak Records)

Jude Johnstone is een voortreffelijke singer-songwriter uit de USA. Met name haar liedjes zijn geliefd bij anderen, getuige het feit dat zowel Johnny Cash (‘Unchained’) als Bette Midler (‘The girl is onto you’) als Stevie Nicks (‘Cry wolf’) als Jennifer Warnes (‘The nightingale’) als Trisha Yearwood (vier songs, w.o. de nr1 hit ‘The woman before me’) als ook onze grote favoriet Emmylou Harris (‘Hold on’ op ‘All I intended to be’, haar voorlaatste album) één of meer liedjes van haar opnamen. En dan ben je echt wel iemand in dit wereldje. Met ‘Quiet girl’ is Jude aan haar vijfde CD toe sinds 2002 en voor mij is dit een eerste kennismaking met haar muziek. En die is mij prima bevallen. Ik heb even moeten luisteren voordat de CD mij bereikte, maar toen viel ik voor de subtiele soft-pop van Jude. De tien eigen liedjes doen qua sfeer denken aan het vroege werk van Carole King, niet in de laatste plaats omdat Jude zichzelf op de CD begeleid op de piano, maar ook omdat de stem verwantschap heeft. En de arrangementen zijn ronduit prachtig, wat de verdienste is van Jude zelf en haar producer Charles Duncan. Neem bijvoorbeeld het mooie epos ‘Cry for New Orleans’, waarop een French Horn (Jude!) combineert met (uiteraard) piano, maar ook mandoline, viool, viola (alle drie David Mansfield) en gitaar/bas/percussie van Duncan.

En het erop volgende prachtnummer ‘It’s gonna take a while’, heel jazzy met piano/bas/drums/gitaar en een wonderschone vioolsolo. De tekst begint somber, een relatie is verbroken en het duurt even voordat dit is verwerkt, maar in het laatste couplet gloort een mooie toekomst: ‘It’s gonna take a while to get over you, to let go of love like you want me to. And one day my heart it won’t have to break, but it’s gonna take a while’.
Jude Johnstone pleziert met een muzikaal sterke collectie liedjes, prachtig gearrangeerd en mooi gezongen. Er zijn vocale bijdragen van Emmylou Harris, Jimmy Lafave, John David Souther (jawel, die is er ook nog), Susan Cowsill en Rodney Crowell (en anderen). Toe maar, dus. (Fred Schmale)

07-18
Next
Up
Previous