|
Soms is er een kruiwagen nodig om verder te komen. Die rol vervulde de, in kringen van de betere countrymuziek, fameuze songwriter/muzikant Ray Wylie Hubbard. Als gerespecteerd producer stond hij de Texaanse singer-songwriter Guthrie Kennard bij, tijdens de opnames van zijn derde cd Matchbox uit 2010. En jawel, binnen de kortste keren stond zijn naam op de (Europese) kaart. Ofschoon hij amper opdook in de jaarlijstjes, werd dat album bij liefhebbers van het iets ruigere idioom van singer-songwriters hooglijk gewaardeerd.
In het kielzog van dat succesje, wordt nu zijn tweede album Unmade Beds uit 2009 door hem andermaal onder de aandacht gebracht. Was ik behoorlijk enthousiast over het gekruide mengsel van blues, country, folk en rock op Matchbox, over zijn voorganger ben ik dat nog veel meer. De tien liedjes zijn ook hier niet zo origineel, wel buitengewoon authentiek en ze trekken nog een paar groefjes dieper door je gemoed. Zijn gravelachtige, brommende, door het leven aangetaste stem, is de perfecte om zijn frustraties en (zelf)verwijt over kwijtgeraakte en/of onbereikbare liefdes eruit te zingen. Het album bezit een mooi evenwicht in elektrische en akoestische songs, heeft sfeer, is instrumentaal kleurrijk en door het geweldige spel(plezier) van zijn grandioze studiobegeleiders op allerlei gitaren, bas, drums, orgel, piano, accordeon en de sporadische, maar heerlijk aanleunende achtergrondzang van de zangeressen Becky en Kelly Cutler, is het alleen maar flink genieten.
Voor zo ver ik kon nagaan zijn het allemaal eigen composities, al lijkt I Didn’t Mean To regelrecht afkomstig uit Jealous Guy van John Lennon. Monkey Wrench ook op Matchbox aanwezig, is hier gestoken in een strak up-tempo bluesy arrangement. Het zijn slechts kleine kanttekeningen, want deze zeer fraaie door Kennard en Steve Satterwhite geproduceerde americana, verdient ten volle de aandacht en erkenning en wel met de snelst mogelijke terugwerkende kracht. (Huub Thomassen)
|