|
Dat John Hiatt in september van dit jaar een “Lifetime Achievement Award” zal ontvangen, tijdens de zevende editie van het “Americana Music Association Honors & Awards showcase” in Nashville, zal denk ik niemand in Nederland verbazen. Er bestaat volgens mij namelijk geen land op deze aardkloot waar de toonkunsten van Hiatt zo gerespecteerd worden als men dit Nederland doet. Niet voor niets staat hij dan ook op het Take Root Festival, dat op zaterdag 4 oktober 2008 plaats zal vinden in de Oosterpoort in Groningen, als headliner geprogrammeerd.
Hiatt begon zijn solocarrière ergens half jaren zeventig. Zijn diversiteit in muziek en woord hebben van hem inmiddels een icoon van wereldformaat gemaakt. De in Indianapolis, Indiana geboren en getogen singer-songwriter heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat The Rolling Stones en Bob Dylan zijn grootste inspiratiebronnen zijn geweest. Vraag je nu bijvoorbeeld aan Sheryl Crow of een Ron Sexsmith, wie was je grootste inspiratiebron dan komt daar in een koor de naam John Hiatt uit. Daartussen in is echter veel gebeurd en omdat ik u een langverhaal wil besparen, neem ik u mee aan de arm en nemen we plaats op een luxe schommelstoel, ergens onder een veranda. Het is buiten zwaarbewolkt, het kwik staat op 30 graden, de hygrometer geeft negentig procent luchtvochtigheid aan. Het is ideaal weer om John Hiatt’s achttiende hagelnieuwe studioalbum Same Old Man op te zetten. We zoeken eerst even verkoeling en pakken een paar Warsteiners uit de koelkast en nemen een flinke teug uit dit vochtig druipende flesje. Ja, ja bier nip je niet maar moet je zuipen, zei mijn schoonvader altijd. Al wiegend luisteren we naar de opener Old Day. Luisterend naar de teksten laat Hiatt korte gekoesterde “life on the road” herinneringen de revue passeren in een heerlijke shuffle. Even later slaat het wiegen over tot stevig schommelen in liedjes als On To You en Hurt My Baby. Man we zijn nog niet eens op de helft van de CD als What Love Can Do langskomt waaien. De verhalen en melodieën boeien als vertrouwt. Vroeg mij af in welke ambiance Hiatt, samen Luther Dickinson (North Mississippi Allstars) op gitaar en mandoline, Patrick O'Hearn (Frank Zappa) en Kenneth Blevins (Willy DeVille) respectievelijk op bas en drums, deze CD produceert en opgenomen heeft. De lay-in laat overigens doorschemeren dat dit in Hiatt’s thuisstudio is gebeurd. Het ongelofelijk laid-back gevoel is typerend. Het voelt als een “Best Off” album aan en toch ontdek je weer dat Hiatt nog steeds afwijkt van de gebaande paden.
De special edition versie van Same Old Man bevat ook nog eens verrassende DVD. Daarop zien we o.a. jonge Hiatt, in een nummer als Memphis In The Meantime en mega hit Have A Little Faith In Me, vlammen met zijn band The Goners, waar ondermeer ook Sonny Landreth op gitaar deel van uit maakt. Op de DVD zien we, in een semi-akoestische setting, Crossing Muddy Waters en Cry Love, Hiatt’s Queenstone Trio, met David Immerglück (Counting Crows), nog acte the présence geven. Opvallend zijn de beelden waarin John Hiatt ,samen met zijn The Guilty Dogs, de liedjes Tennessee Plates en Perfectly Good Guitar over de bühne brengt. Het vuur spat er vanaf als Michael Ward (The Wallflowers aan zijn gitaar stutten trekt. Het grijpbare verhaal over een legende lijken kompleet en afgerond. Ik hoop echter dat wij dit soort singer-songwriters nog lang in ons midden kunnen hebben. Een doordacht en piekfijn album uitbrengen is in dit genre tegenwoordig meer uitzondering zijn dan regel. (Jan Janssen)
|