|
Eind april verscheen Mountain Home, het zesde album van Owen Temple uit Austin, Texas. Ten opzichte van de in 2008 verschenen, uitstekende cd Two Thousand Miles (Dollars and Dimes uit 2009 ging aan me voorbij), waarop hij zich voornamelijk als alt.countryrocker profileert, volgt hij nu het pad van de singer-songwriter die zijn verhalende liedjes heeft omlijst met bijna louter akoestische instrumenten, bespeelt door niet de eersten de besten, met ondermeer Gabriel Rhodes op allerlei snaarwerk, tevens producer, Charlei Sexton op bas, Bukka Allen op piano, orgel, accordeon, Gordy Quist op gitaar, achtergrondzang en Adam Carroll op harmonica.
In de categorie van het rustige folk- en countryrepertoire, levert hij met Mountain Home een buitengewoon sterk luisteralbum af. Hij heeft, een aantal keren in samenwerking met Adam Caroll, Gordi Quist en Scott Nolan, mooie sterk tot de verbeeldingsprekende songs geschreven met teksten, die de teloorgang van mens, liefde stad, natuur, meestal tot terugkerend onderwerp heeft. De erg weemoedige, bijna desolate sfeer wordt even treffend als prachtig gevangen, in tien heerlijk voortkabbelende, fijnzinnige songs van hoge muzikale kwaliteit.
Met Mountain Home sluit Owen Temple aan bij het illustere rijtje van oude sterren als James Taylor (Temple’s stem heeft wel wat van hem weg), Guy Clark, David Olney, Butch Hancock, de overleden Townes van Zandt, evenals die van jongere talenten als Adam Carroll en Jeffrey Foucault. Een album met een must have etiket. (Huub Thomassen)
|