|
Op de binnenzijde van het hoesje vertelt Cindy Bullens over het hoe en waarom van haar laatste album Howling Trains Ans Barking Dogs. Van de elf songs zijn er negen die ze, in de periode ’90-’95, samen schreef met muzikanten uit Nashville, de stad waar ze licht wanhopig haar toevlucht had gezocht nadat haar opgebouwde carrière in de jaren zeventig en tachtig als achtergrondzangeres (o.a. Bob Dylan, Gene Clark, Don Everly, Elton John) en rock ‘n’ roll girl (Grease) op doodspoor was geraakt. Als dank voor geboden hulp, hervonden inspiratie en nieuwe perspectieven, zet ze hen – waaronder Bill Lloyd, Radney Foster, Jimmy Tittle en Wendy Waldman – in het zonnetje door een selectie van al die opnames opnieuw voor het voetlicht te brengen. ‘Verantwoorde’ Nashville-country was uiteraard hierbij uitgangspunt, waarbij trouwens flink gelonkt werd naar blues, folk, rock ‘n’ roll, swing en gospelsoul. De uitwerking vind ik mooi tot zeer mooi. Het zijn krachtige liedjes met fraaie melodieën en gevarieerde instrumentale invulling (dobro, fiddle, accordeon, mandoline, harmonica, piano, orgel) en – als altijd – met hart en ziel gezongen. Onberispelijk americana die diverse magnifieke hoogtepunten telt als Labor Of Love (ook hier samen met Radney Foster), Everywhere And Nowhere/ Jimmy Tittle) en bewogen ballades, waaronder All My Angels/ Wendy Waldman/Refugees). Petje af ten slotte, voor haar uitstekende begeleiders, met als vaste kern de geweldige gitarist Stephen B. Jones, bassist Bob Colwell en drummer Ginger Cote. O ja, ze schreef ook zelf nog twee mooi akoestische liedjes – bluegrass/singer-songwritergenre – voor dit veelzijdige en zelfgeproduceerde album. (Huub Thomassen)
|