|
Songschrijver, gitarist en zanger Mike McClure herkende ik niet onmiddellijk als de toenmalige spil van de countryrockband The Great Divide. Een déjà vu kreeg ik pas toen ik Nowhere Woman op zijn laatste album Onion tegenkwam. Dat nummer staat, in een niet zo heel erg afwijkende versie, ook op het tien jaar oude, door Lloyd Maines geproduceerde, album Revolutions. Daarna, onder eigen naam, zette hij op drie opeenvolgende platen het countryrockgeluid nog wat sterker aan, maar het bleven toch typische tussen wal en schip vallende producties. Dit laatste kan niet van Onion gezegd worden.
Countryinvloeden hebben bijna helemaal plaatsgemaakt voor een compromisloos rockgeluid, dat zelfs niet gespeend is van felle hardrock licks. Die stevige toon wordt van meet af aan gezet in Crah Land, het gedreven openingsnummer, met ouderwets scheurend gitaarwerk en de steenharde ritmiek van zijn begeleiders, Eric Hansen op drums en Tom Skinner op bas. (die laatste figureerde nog even in de pas door de NPS uitgezonden prachtfilm ‘Searching’ for the Heart of the Heartlands’ van Dré Didderiëns, Ankie Keultjes en Ad van Meurs). Het mag dan rocken en rollen als de spreekwoordelijke neten, nochtans is er genoeg ruimte voor de zeer pakkende melodieën die Mike McClure in zijn elf liedjes heeft gestopt. Hij beschikt bovendien over een even gevoelige als rauwe strot, af en toe daarin bijgestaan door Steve Ripley van The Tractors. De goed getimede afwisseling van ballads, up- en mid-tempo songs, geven de plaat een uitstekende balans. Hard, jachtig, ruig, meeslepend, intens, melancholiek, karaktervol en ontiegelijk bezield, zo klinkt deze Red Dirt-band uit Oklahoma.
Wie zo nu en dan aan een al te sterke dosering Americana wil ontsnappen, vormt een band als die van Mike McClure, hét perfecte alternatief. (Huub Thomassen)
|