April 2010

Dave Rawlings Machine, A Friend Of A Friend  (Independent)

Gillian Welch heeft wereldwijd een flinke schare volgers, die ten tijde van het epos ‘Oh, brother, where art thou’ (2000) en het naar aanleiding van het succes van deze film op 24 mei 2000 gehouden concert ‘Down from the mountain’ met muziek uit de Appalachian Mountains als uitgangspunt alleen nog maar groter werd. De vier CD’s die Gillian met haar muzikale (en levens-) partner David Rawlings (ze ontmoetten elkaar op het fameuze Berklee College of Music in Boston rond 1990) tussen 1996 en 2003 maakte waren zeer populair en daarna stopte de productie. Een writer’s Block van grote omvang werd als de oorzaak genoemd.

Nu is er dan de eerste CD die Rawlings onder zijn eigen naam mocht maken. De David Rawlings Machine bestaat uit Rawlings, Welch (schreef mee op 5 van de 9 nummers en is op vrijwel elk nummer vocaal actief) en vier leden van de old-time string band Old Crow Medicine Show, namelijk fiddler Ketch Secor, gitarist Willie Watson, bassist Morgan Jahnig en guitjoïst (een guitjo is een zes-snarige banjo met een gitaarhals) Kevin Hayes. Op een drietal nummers is good old Benmont Tench actief op piano, orgel of Wurlitzer, de even oude bekende Karl Himmel drumt op het afsluitende juweel ‘Bells of Harlem’. Op dezelfde afsluiter en op het eveneens prachtige openingsnummer ‘Ruby’ zorgt een achttal strijkers voor een prachtige, door (alweer een oude grootheid) Jimmie Haskell gearrangeerde begeleiding. Voor de percussie zorgen Gillian en David zelf. De vocalen hebben uiteraard een hoofdrol voor Rawlings in petto, met nu Gillian Welch als de tweede’viool’. Prachtige harmonieën zijn er te genieten, mede dankzij de extra inbreng van de oude kraaien Secor en Watson op een vijftal nummers. Op twee nummers na zijn de nummers van Rawlings zelf, vijf schreef hij met Gillian, één met Ryan Adams (‘To be Young (is to be sad, is to be high)’, dit nummer was eerder te horen op het debuut van Adams in 2000 (met flinke muzikale bijdragen van Rawlings) en één met OCMS’s Ketch Secor (‘I hear them all’, eerder verschenen op OCMS’s album uit 2006 – geproduceerd door Rawlings). De muziek is diep geworteld in de eerder genoemde Appalachian sound, maar Rawlings brengt leuke variaties aan, zoals bijvoorbeeld in de opener ‘Ruby’, die zo uit het eaglestijdperk in de jaren 70 lijkt te zijn ontsnapt, terwijl ‘I hear them all’ als een mooi folky singer-songwriterwerkstukje wordt gebracht met minimale begeleiding. En dan is er nog die ruim 10 minuten lange medley van Conor Oberst ‘Method acting’ en Neil Young’s ‘Cortez the Killer’, met alleen de gitaren van David en Gillian en vocalen van David met een kleine inbreng van Gillian. Helemaal geweldig! Het nonsensnummertje over kiespijn, ‘Sweet tooth’ is een lekker folkgevalletje met een hoog Appalachian-feel, ‘How’s about you’ een kalm swingend countrydeuntje met een hoofdrol voor de fiddle en een ondersteunende piano en prachtige vierstemmige vocalen, ‘It’s too easy’ is pure Appalachian bluegrass, in ‘The monkey and the engineer’ (van Jesse Fuller, een ‘one-man band’ die het bekendst is geworden door het nummer ‘San Francisco Bay blues’) horen we een trompet in combinatie met harmonica en banjo en wellicht de mooiste vierstemmige vocalen van de hele CD, een heerlijk ongecompliceerd meezingnummer. En dan komt de afsluiter ‘Bells of Harlem’, een heerlijk poppy zwijmelnummer met prachtige strings en de duet-vocalen van David en Gillian en een heerlijke uitloop van de strings. Wat een CD!  Aanschaffen, in de speler en genieten. (Fred Schmale)

04-11
Next
Up
Previous