April 2009

The Felice Brothers, Yonder Is The Clock  (Team Love)

Die eeuwige vergelijking met Bob Dylan / The Band’s ‘The Basement Tapes’ in recensies kan als compliment opgevat worden, maar kan ook als een vervelend cliché-etiketje werken in de waardering voor The Felice Brothers. De vergelijking is ook niet terecht, waar bij Dylan & Band het plezier door alle tracks heensijpelt, is het bij The Felice Brothers een vrolijkheid waarin de droefheid een even groot aandeel krijgt. Voor mij is het ‘aardse’ muziek vol warmte met spleengevoelens. Dat geldt in het bijzonder voor ’Yonder Is The Clock’. Het is verre van een ‘gelikt’ album, maar een groots album waarop met overgave zeer ‘serieuze’ muziek wordt gespeeld! Dus niet lekker wegluisteren, maar koppie erbij houden en je laten overspoelen met fraaie composities die behoren tot de beste die er momenteel in het altgenre te horen zijn.

Het eigen geluid van deze groep zit, naast de stem van Ian Felice, vooral in de bijdragen van James Felice. Zijn accordeon, piano, orgel en harmony vocalen geven een schitterende klankbodem, waarover de overige groepsleden ook tot hun recht kunnen komen, met bijvoorbeeld in ‘Sailor Song’ een verstild klassiek piano-intro en in ‘Memphis Flu’ een accordeonpartij die de hoogtijdagen van The Pogues doet herleven. Drummer Simon Felice is een heerlijk roffelende drummer, in ‘Run Chicken Run’ hakt hij er, precies goed, lustig op los. Let in dit nummer ook op de fiddle van Greg Farley. ‘Chicken Wire’ is pure rock and roll, ‘Penn Station’ is uitgelaten kroegstemming, ‘Sailor Song’ had Tom Waits kunnen schrijven en, vooruit maar weer, in ’Cooperstown’ klinken de Felice Brothers op z’n ’Dylanst’.

Elke rechtgeaarde rootsliefhebber dient dit album vol hoogtepunten onverwijld aan te schaffen, ze bezitten dan een juweel waarvan het prachtige eigen geluid iedere draaibeurt blijft fonkelen! (Benny Mulder)

04-11