|
Virgil Brawley is rond 1950 geboren in Mississippi. Vanaf zijn tienerjaren maakt hij muziek (hij speelde in de tweede helft van de jaren 60 al in een rock band), maar pas nadat hij terugkeerde in Mississippi na een periode in Texas te hebben gewoond (hij trouwde er, voedde een zoon op en fokte er paarden) werd muziek een belangrijk gebeuren voor hem. In 1996 richtte hij The Juvenators op, waarmee hij tussen 1998 en 2007 drie albums opnam met stevige elektrische blues. In 2009 verscheen zijn eerste solo-CD, Bottle Tree, met daarop voornamelijk akoestische blues, min of meer in de stijl van met name Lightnin’ Hopkins, wiens Needed Time de fraaie afsluiter van deze prima CD is. De 11 nummers werden opgenomen in een aantal sessies tussen juni 2008 en mei 2009, waardoor maar liefst 11 verschillende musici (maar geen andere Juvenator) op steeds één of twee of in een enkel geval drie verschillende nummers meespelen. Die hulp betreft bas, drums, piano/orgel en ondersteunende gitaarpartijen. Virgil zelf speelt akoestische gitaar, slide gitaar, lead gitaar, resonator gitaar, dobro, bas drum en bas en hij doet (uiterst verdienstelijk, overigens) alle vocalen.
De acht eigen nummers van Virgil sluiten prachtig aan bij de bekende nummers uit de Mississippi blues traditie. Met name de opener White house blue (met een mooie pianopartij van Jimmy Jarat), het titelnummer (prachtige slide en resonator van Brawley zelf), het ingetogen Fish Tale (Brawley op bas, mooie akoestische gitaar van Steve Chester), het country-achtige Eudora’s Jitney (prachtige dobro, mandoline van Hal Jeans, staande bas, geen drums). De drie covers zijn in blueskringen bekend: Muddy Waters’ Louisiana Blues, gebracht in triovorm met bas drum, akoestische gitaar en National Dolain Resophonic slide guitar (wat zou Dolain zijn?), het fraaie Delta Woman Blues (alleen Virgil op slide en akoestische gitaar) en voornoemd juweeltje Needed Time (Virgil op dobro). Bovengemiddelde blues CD, een must voor liefhebbers van de betere akoestische blues. (Fred Schmale)
|