|
Kaler dan kaal klinkt de productie van de laatste cd van de onlangs overleden singersongwriter Vic Chesnutt. Dat is even wennen, want naarmate zijn muzikale loopbaan vorderde, werden zijn albums steeds rijker aan mooie arrangementen met “Ghetto Bells” als absoluut hoogtepunt. “Skitter On Take-Off” klinkt als het sobere “Little”, het solo-debuut, dat in 1990 door Michael Stipe (REM) werd geproduceerd. Nu zat Jonathan Richman, de soberheid zelve, achter de knoppen. Vic Chesnutt alleen met de gitaar met sporadisch toevoeging van gitaar en mondharmonicaklanken ( Jonathan Richman) en licht drumwerk van Tommy Larkins. Dat is de aanpak van deze negen liedjes, die Vic de luisteraar voorschotelt. Hierdoor wordt het accent gelegd op de inhoud van de poëtische liedjes die doorspekt zijn van melancholie, zwarte humor en cynisme. Met zijn rauwe, messcherpe stem deelt hij een flinke veeg uit naar Dick Cheney (gelijknamige track) en andere politici, zoals in “Worst Friend”. Verbeten en brutaal klinkt hij in “Feast In The Time Of Plague” en het ironische “My New Life”. Het album sluit af met een prachtig sentimentvol liedje vol oog voor de kleine details: “Sewing Machine”. (Paul Jonker)
|