|
Thomas Hine stamt uit Golden, Colorado (iets ten westen van Denver) en is een allesvreter op het gebied van muziek. Hij speelde in Afrikaanse percussiegroepen, was lead-gitarist van een Congolese groep en speelde in allerlei folk- en rock gezelschappen. Het aantal instrumenten dat hij kan spelen is vrijwel onbegrensd. Zijn eersteling, Il Porto, verscheen in 2008 en is totaal aan mij voorbij gegaan. Nummer twee, Motives, uit 2009, heeft nu een gedegen aantal malen in mijn CD-spelers gelegen. Daaruit is uiteraard een oordeel gegroeid. In de eerste plaats vind ik dit een groeiplaatje, het wordt beter en beter naarmate je vaker luistert. De man maakt muziek die zowel als achtergrond (bijvoorbeeld bij het lezen van een lekker boek) als luistermuziek kan worden gedoogd. Bij het luisteren is het handig om de teksten erbij te hebben, deze zijn te vinden op de My Space-blog van Thomas Hine. Luiterend naar de teksten valt op dat deze (vrijwel) niet over relaties gaan, maar een soort filosofische beschouwing van het leven geven. Een voorbeeld, het nummer Blind (to me), waarin de titel van de CD passeert: Let the rains come, let the fog come rolling in, let the trains come when they may. You know they’re always running late as long as you’re blind to me. Take my rambling words, perhaps they’re clever little swords or maybe fitting into the scene. Makes obscurity the perfect cloak for me, just as long, just as long as you turn a blind eye to me. Asuras, running like Asuras in the night, don’t damn me for your motives. Don’t damn me for the land that I come from. Let the snow fall, let it cover me where I lay and I’ll go hurling bombs, see the smoke. What a mess I made. Tja, daar heb je wel een kluif aan (is het nummer toch een beetje relatiegestuurd?). Wat bedoelt de man toch? Hij zal wel zeggen dat de interpretatie van de mooie woorden aan de luisteraar is, maar de eigen bedoeling van de artiest is minstens even interessant. Zie maar. Overigens: Asura’s zijn machtzoekende goden uit de Hindoeďstische mythologie (heb ik even gegoogeld).
Overigens speelt Thomas alle instrumenten zelf, op drums op twee nummers na (Jason Wheeler, die op Arrogant Bird een heuse drumsolo speelt). Bas, drums en gitaren zijn alom aanwezig, harmonium (!) en mandoline hebben voorkeur (resp. op 7 en 4 nummers) als dragend instrument, er zijn kleinere rollen voor nog 8 instrumenten. De muziek is bijna 100% akoestisch. Alle 12 nummers zijn van Thomas zelf, twee nummers zijn instrumentaal. Het is erg lastig de man in een hokje te plaatsen. Qua sfeer doet hij me (maar dan ver weg) af en toe denken aan Nilsson (de stem vooral). Een apart produkt. (Fred Schmale)
|