|
The Counting Crows behoeven geen introductie bij Roots rockend Nederland. Komt niet vaak meer voor dat ik nog aandacht besteed aan een mainstream mega formatie als deze. Heb de band, na de release van August & Everything After in 1993, zelfs een beetje uit het versier verloren, moet ik ook eerlijk bekennen. Heb dat trouwens wel vaker als iets mainstream wordt. Alternatievelingen en traditionalisten in het Roots circuit vinden dit een vies woord. Gek eigenlijk, want wenst diezelfde groep fanatiekelingen niet dat juist hun muziek door iedereen gehoord zou moeten worden? Laat ik u maar eerlijk vertellen dat toen ik voor het eerst, in 1991, in aanraking kwam met de muziek van The Counting Crows ik dat ook riep. De band werd even daarna ontdenkt door Robbie Robertson en kort daarna zag dus August & Everything After het daglicht. Nederland nam in die tijd, buiten cabaretier Dolf Jansen, zoals wel vaker een afwachtende houding aan. Het is allemaal alweer zo lang geleden.
In de tussentijd maakte The Counting Crows nog een aantal albums waaronder New Amsterdam: Live at Heineken Music Hall February 6, 2003. Was bij één van die concerten aanwezig. Gek genoeg is daar nooit een DVD van verschenen, terwijl ik mij die avond kapot zat te ergeren aan zwevende camera’s en cameralui. Zou trouwens wel een pleister op de wond zijn, als u het mij vraagt. Maar goed. Saturday Nights & Sunday Mornings is de vijfde studio release van The Counting Crows. Luister ik naar dit album dan constateer ik dat ook dit gezelschap het ware independent masker niet af zet voor druk van buiten. Counting Crows is frontman Adam Duritz en een ding staat vast, Duritz profileert zich opnieuw als een briljant singer-songwriter. Aan de samenstelling van de groep is nagenoeg niets veranderd en dat klinkt vertrouwd. Duritz zou Duritz niet zijn als hij niet met een nieuwe vinding komt. Of het helemaal nieuw is weet ik niet, maar het draagt wel bij tot het pure luister genot die deze CD aan de dag legt. Het eerste deel heet Saturday Nights. De bak pure rock die over je heen gegoten wordt klinkt oorverdovend zuiver. De tracks Los Angeles en Insignificant gaan er als speer met je ervandoor. Dit deel is overigens geproduceerd door Gil Norton (The Pixies). Met Washington Square openen The Counting Crows het tweede, meer akoestisch en folk-achtige, gedeelte Sunday Mornings. Ik moet dan denken aan het door Steve Earle al eerder bezongen park. Het plein ademt culturele vrijheid, geluk, ontspanning en vooral intelligentie uit. Duritz heeft beslist aan één van die schaaktafels gezeten en een paar wispelturige moves gemaakt. De nummers op dit deel, het zijn er acht stuks, spreken mij het meest tot de verbeelding. Met name het slotstuk Come Around, dat diep onder huid kruipt en bijna een wereldhit als Mr. Jones doet vergeten, bevestigt de enorme veerkracht van The Counting Crows. Producer Brian Deck (Iron & Wine) levert een wereldklasse segment af. Als Duritz de CD nog opdraagt aan drie mensen die niet meer in ons midden vertoeven blijft hij bescheiden en zegt “Maybe this one will be better than the last”. The Counting Crows liet mij de echte kwaliteits-mainstream herontdekken. Ben aan de hand meegenomen, en heb geenszins het idee gekregen dat ik vreemd ben geweest. (Jan Janssen)
|