|
Het kwartje valt bij ons pas laat. Begin vorig jaar kwam de uit Los Angeles afkomstige Kelly Dalton uit met zijn debuutalbum genaamd The Love In Every Bar. Onze grote vriend Emile Millar mailde ons en vroeg zich af waarom wij nog geen aandacht besteed hadden aan dit, volgens hem, briljante album. Vlak voor de kerst viel de CD bij ons op de deurmat. Millar, die zelf een zeer artistiek en geniaal liedjesschrijver is, heeft een creatieve kijk op muziek. Samen met Thom Flowers produceerde hij dit licht dromerige debuutalbum van Kelly Dalton. Tussen daar waar Yusuf Islam (Cat Stevens) neigt te zwijmelen, in Morning Has Broken, en daar waar Al Stewart, in The Year Of The Cat, zijn tanden in zet daar plaats ik de muziek van Kelly Dalton. Hoewel de naam Dalton refereert aan stripfiguren, Honky Tonks en gladde Nashville country producties, hoor ik pure goed verzorgde country pop. Kelly Dalton is een sfeermaker bijuitstek. Daarvoor heeft hij een prima stel aan muziekanten om zich heen verzameld. Buiten Millar dan heeft hij daarvoor een aantal prima sidemen weten te strikken. Wat dacht u van o.a. Milo Decruz (Ryan Adams) op bas, Joshua Grange (Dwight Yoakum) op Pedal Steel, Jebin Bruni (Aimee Mann) op Hammond en drummer Mick Flowers (The Rentals)? De uit een muzikaal nest afkomstige singer-songwriter trapt af met het liefelijke liedje Golden Days. Met track twee, Leave This Town, grijpt hij mij. De volume knop kan dan gerust wat omhoog want dan komt de muziek en zang nog beter tot s’en recht. Zijn prachtig warme catchy stemgeluid komt ook weer voortreffelijk tot zijn recht in het opbouwende Do You Wanna Go en prijsnummer Coming Home. Het is vooral de zacht treurige gemoedsstemming die hij in zijn nummers legt die doel treffen. Luister maar eens naar de wals Can’t You See en Save It For Me. Beter laat dan nooit, zeg ik dan maar weer. Tijd, voor deze tijdloze plaat, komt nooit te laat. Een ding is zeker wij gaan meer van deze kanjer horen. (Jan Janssen)
|