Maart 2010

Brad Colerick, When I'm Gone  (Independent)

Brad Colerick is een vreemde eend in de muziekbijt. Oorspronkelijk afkomstig uit Nebraska, waar hij onder meer begon met het schrijven van liedjes. In 1986 trok hij naar Los Angeles en bracht een paar maanden later een CD uit, Token dreams. Er kwam geen opvolger omdat Brad al spoedig niet veel van het leven als beginnend en dus krap-bij-kas-zittend artiest moest hebben. Hij gaat zich met andere zaken bezig houden en roept in 2002 een bijzonder bedrijfje in het leven, DeepMix, dat zich bezig houdt met het leveren van de juiste muziek aan TV-producties, films en vooral commercials  en is gevestigd in Hollywood. Na 19 jaar kriebelt het toch weer en komt er een opvolger in 2006, Cottonwood, met het jaar erna een opvolger, Lines in the dirt. Twee CD’s die goed vielen, met name bij de critici. Laten we zeggen dat Brad zorgt voor een frisse wind in het reguliere Nashville-circuit. Hij ging er echt weer voor, trad op tijdens festivals (Kerrville, Falcon Ridge) en speelde op allerlei beroemde podia.

Nu is er de nieuweling Nashville, waarin hij onder meer  uitlegt waarom hij terugkeerde naar de uitvoerende muziek. Het titelnummer, de openingstrack Nashville begint met de zin ‘I don’t want to die in Nashville’. Hij doelt op zijn angst om weer een uitvoerend artiest te zijn na 19 jaar. Hij heeft vele jaren met het idee rond gelopen om naar Nashville te verhuizen maar besloot het niet te doen omdat hij niet verloren wilde raken in de lange rij van songwriters in Music Row. Er zijn een paar liedjes die het thema ‘Wat laat ik na’ hebben. In het prachtige Leave it all behind vraagt Brad ons de wereld beter achter te laten dan we hem hebben aangetroffen, ‘for our sons and daughters’. In When I’m gone vraagt hij zich af wat hij te zien krijgt als hij uit de hemel naar beneden kijkt. Hij voelt zich dan misschien beter dan eerder. Er zijn ook nummers over andere thema’s, in het geinige Crazy for Hollywood rekent hij af met de Hollywood-levensstijl van bijvoorbeeld Lisa Kudrow en haar ‘vrienden’ en Billy Bob Thornton, lui die hij in het ‘echte’ Hollywoodleven heeft ontmoet. En de misstanden in de Amerikaanse gezondheidszorg (er is hoop, Obama is er mee bezig) komen aan bod in What’s in front of me. De muziek is akoestische Americana met duidelijke invloeden van country en bluegrass (er is een herkenbaar blokje van drie bluegrass-nummers), de banjo heeft een hoofdrol en verder horen we naast gitaren, bas en drums ook mandoline en pedal steel. In de begeleiding zitten veel artiesten van de Amerikaanse westkust met als bekendsten Larry Klein, Herb Pedersen en Kenny Edwards.

Een prima CD met liedjes die blijven hangen, zeker geen standaard Nashville-produkt. (Fred Schmale)

03-20
Next
Up
Previous