|
In eerste instantie zei de naam van de Sean O'Brien mij helemaal niets. Na wat zoekwerk op het Internet bleek O'Brien aan de randen van, zo niet middenin, de Paisley Underground Scene gesnuffeld te hebben. Dan gaat bij mij weldegelijk een belletje rinkelen en komen namen van notabele jaren tachtig bandjes als die van The Bangles, Green On Red, The Long Ryders en The Dream Syndicate bovendrijven. O’Brien heeft zich de afgelopen jaren verscholen in Bay Area van San Francisco. Ergens in 2001 verscheen zijn solo debuutalbum Too Personal. Polly Klemmer (The Mistaken) en niemand minder dan Russ Tolman verzorgden op dat album een aantal gastoptredens. Tussen de regels door lees ik ook dat u er vanuit kunt gaan dat O'Brien een goede verstandhouding heeft met Steve Wynn. Op O'Brien’s tweede album “Seed Of Mayhem” (2006) heeft hij een band om zich heen verzameld. The Dirty Hands bestaat uit Jeff Kane op lead gitaar, Bill Davis op bas en Matt Shelley op drums. Het zijn allemaal maatjes uit het verleden lees ik en het klinkt als… Juist ja “Paisley Underground”. “Seed Of Mayhem” is voor starters geen gemakkelijk te begrijpen plaat. Ook deze dinosaurus had er, op zijn zachts gezegd, in het begin wat moeite mee om het allemaal te bevatten. Deze “West Coast” pop en garage rock duelleert met zestigerjaren countryrock afkomstig van The Byrds tot en met het stevige gerammel van Crazy Horse. Niet alle nummers spreken mij tot de verbeelding, moet ik achteraf bekennen. Maar aan de andere kant worden wel weer oude herinneringen opgerakeld en dat is weer eens wat anders. Zo lijkt het erop dat O'Brien zo nu en dan vals zingt maar in nummers als “Eyewear” en “Cleaner That Way” valt alles weer op s’en plek en koester je weer “The Good Old Days” Tekstueel stroopt O'Brien de straten af en scoort hij zo af en toe een gratis krant uit een straat box. Hij wil het onrecht van de daken schreeuwen, maar niemand hoort hem. Het is typerend allemaal en echt jaren tachtig rebellie. Kortom, O’Brien doet met de release van “Seed Of Mayhem” het Paisley Underground genre, en daarmee de toegedichte uitvinder daarvan, Michael Quercio (The Three O'Clock) toch alle eer aan. Je moet het wel eerst leren snappen, anders mis je jammerlijk de essentie van deze psychedelische rockplaat. Ben eigenlijk al benieuwd naar hoe het dit jaar nog te verschijnen opvolger “Goodbye Game” zal uitpakken. (Jan Janssen)
|