|
Wie kent hem nog Steve Young? De man start zijn carrière ergens eind jaren zestig. Ik ontdekte de beste kerel pas begin jaren negentig via zijn CD Switchblades of Love. Buiten dat op dat album een niet te onderschatte persoonlijkheden als Benmont Tench, Katy Moffatt, Steven Soles, Van Dyke Parks, David Miner, en David Kemper meededen leverde ook Young’s zoon Jubal zijn bijdrage. Ik herinner mij de fascinerende titeltrack nog precies. Tijdens een kerstmarkt trok ik ineens een opvallend kleurrijk kartonnetje uit de CD bakken. Op het hoesje stond Jubal Lee Young. Zonder ook maar één moment te twijfelen nam ik het plaatje voor maar vijf Euri mee. Na een aantal luisterbeurten kwam ik al snel tot de conclusie dat dit een erg mooie plaat is. Het is niet echt moeilijk toegang te krijgen tot deze CD. Muzikaal zit het aardig in elkaar en qua tekstuele inhoud snijd hij niet al te moeilijke onderwerpen aan. De inmiddels al zevenendertig jarige singer-songwriter opereert nu vanuit San Francisco en heeft een lekker klinkende band om zich heen vergaard. Jubal Lee deed, net als op zijn debuutalbum Not Another Beautiful Day, opnieuw een beroep op Thomm Jutz. Deze multi-instrumentalist heeft een aardige staat van dienst als je ziet met wie hij zoal heeft gewerkt. Dat geld overigens ook voor de rhythm sectie bestaande uit drummer Pat McInerney en bassist Dave Roe. De CD opent, opvallend genoeg, met I Don’t Know What I Want. Bij mij viel het kwartje echter onmiddellijk. Leuke country pop met een catchy twang dat is wat ik voel. Namen van Greg Trooper en Rodney Crowell schieten mij binnen bij het beluister van nummers als Things You Only Wonder When It’s Raining, More Than Anything en Streets Of Caen. Deze referentie zou u in feite al voldoende aanknopingspunten moeten geven om eens even binnen te wippen bij uw favoriete platenzaak. Het kost u niet veel tijd zap even kort door de twaalf tracks en u weet hoe de vlag erbij hangt. Zo simpel is dat. (Jan Janssen)
|