|
Behalve als veelgevraagd sessiespeler, verdient Multi-instrumentalist Ted Russelkamp de kost als bassist in de band van zijn vriend Shooter Jennings. Geregeld de Verenigde Staten doorkruisend met dat gezelschap zijn er altijd wel interessante belevenissen om er, tussen de optredens door, liedjes over te schrijven.
Elf stuks daarvan zijn op zijn vierde album ‘Poor Man’s Paradise’ terechtgekomen, waarbij het album een aardige staalkaart laat horen van (bewerkingen van) Amerikaanse muziekstijlen als blues, soul, country en folk. Een hemelbestormend klinkend werkstuk is het niet geworden, omdat de liedjes van een te gemiddeld niveau zijn, met uitzondering van de intense soulslijper ‘Let Love Do The Rest’, het weemoedig stemmende ‘Dixie’ of het verhalende ‘Player Piano’. De instrumentele inkleuring wordt verzorgd door de kernbezetting van bas, drums, gitaar en afwisselend aangevuld met piano, orgel, pedal steel en blazers.
Het minst sterke onderdeel van het geheel is misschien wel het wat magere stemgeluid van Ted Russelkamp, in vooral de hogere registers. Maar dat wordt meestal door mooie achtergrondkoortjes prima gecompenseerd. (Huub Thomassen)
|