|
Het bedje van de in Harmarville, Pennsylvania geboren singer-songwriter Rodney DeCroo schijnt niet bepaald gespreid te zijn geweest. Een groot deel van zijn leven bracht hij door midden in de wildernis van British Columbia, Canada. Dit omdat zijn vader geen zin meer had in een tweede heroïsche “tour of duty” in Vietnam. Zijn diep getraumatiseerde vader had echter een negatieve invloed op het gezin DeCroo waarop moeder besloot hem en zijn twee broers mee terug te nemen naar Pennsylvania. DeCroo op zijn beurt had weer geen zin in een streng Baptistische opvoeding en belande al snel aan lage wal en in de criminaliteit. Hij keerde weer terug naar zijn vader om vervolgens daar opnieuw te ontsporen. De hevig puberende criminele DeCroo ontnuchterde in feite pas toen hij achter in de twintig was. Hij sloeg aan het studeren, acteerde, was freelance journalist en trouwde zowaar. Een moeilijk mannetje om mee te leven, zo lijkt het, want amper een paar jaar getrouwd nokte zijn vrouw er tussenuit en verloor hij ook nog eens zijn baan. Terwijl hij logeerde bij een paar overgebleven vrienden, hield hij voor het eerst een gitaar in de hand en begon poëtische gedichten en liedjes te schrijven. Als snel was hij te terug te vinden in diverse clubs in en rondom Vancouver. Op zekere dag liep hij daar Richard Chapmen, van het Northern Electric Records label tegen het lijf. DeCroo maakte daarna twee indrukwekkende albums en bracht een boek op de markt met de alles zeggende titel “Shining Like An Apple On Fire”. Een tweede boek staat opstapel en zal medio 2010 in de winkels liggen.
Beste mensen ik schrijf deze beknopte biografie niet voor niets. Rodney DeCroo’s nieuwe CD “Mockingbird Bible” is de opvolger van het vorig jaar in Nederland volledig ondergesneeuwde “War Torn Man”. DeCroo is een nieuwe ster aan het firmament als ik het heb over fijn pluizige country folk rock in de trend van zwaargewichten als Bob Dylan, John Prine of een Townes Van Zandt. Zijn stem lijkt op die van Xavier Rudd en Ben Knox Miller (The Low Anthem). Hiermee probeer ik ook meteen aan te geven dat DeCroo een vernieuwer is in het genre. Stem, melodieën, muziek en melancholiek zijn perfect in balans. Deze plaat groeit naar iedere draaibeurt. Liedjes met sobere titels als ‘Sacred Ground’ en Memories Of Snow And Dust’ glunderen van blijdschap. DeCroo’s leven zit met z’n hele lijf en geest in de liedjes. Zo sluit hij dit album af met ‘The Captain’s Tower Song’. “Oh my mother, oh my father will we be reconciled?” zingt hij verstillend. Man wat een topplaat. (Jan Janssen)
|