|
Nadat Reto Burrell afscheid nam van het Duitse Blue Rose Records label dook in 2005 zijn vierde studioalbum Burrell op. Een nieuw traject, met duidelijk minder countryrock invloeden maar aanzienlijk meer pop-rock bezieling was het gevolg. De vanuit “Rock City” Lucerne, Zwitserland opererende singer-songwriter deed dat op zijn vijfde release Hello Hello Hello uit 2006 nog eens dunnetjes over. Burrell ontwikkelde zich in Zwitserland als een soort van power pop idool en hield zo zijn kachel aan het branden.
Burrell ging daarna toch letterlijk en figuurlijk opzoek naar zijn Roots. Vlak na zijn Europese Gypsy Tour in 2008 vertrok Burrell met zijn gezin naar Los Angeles. Ook wilde hij daar zijn muzikale en sociale tekstdichterlijke wortels opgraven. De titel van zijn nieuwe CD “GO” zegt in feite genoeg. Reto Burrell rock’s like hel, en dat zullen we weten ook.
Burrell trof in LA drummer Aaron Sterling (Mat Kearney, Kelly Clarkson), bassist Jonathan Ahrens (Jewel), multi-instrumentalist Phil Parlapiano (Chuck Prophet, Jude Cole) en gitaristen als Michael Chaves (Sarah McLachlan) en Jonny Polonsky (Dixie Chicks). De mannen dollen volkomen in dienst van Reto Burrell’s liedjes. Het voelt als een kruisbestuiving tussen Burrell’s debuut CD Echo Park uit 2001 en Roses Fade Blue uit 2004. Met de opener ‘This Is It en liedjes als ‘Suitcase’, ‘Some Days’ en ‘Is It True’ volgt Burrell op weergaloze wijze het muzikale spoor van Tom Petty & The Heartbreakers en Jacob Dylan’s Walflowers. Relatief nieuw is het feit dat Burrell zich hier en daar vocaal laat ondersteunen door vrouwelijk schoon. Cindy Wasserman (Mark Olson) doet dat subtiel geniaal. Maar in het hitgevoelige ‘Dancing To The Rhythm Of Rain’ stijgt dit geniepig tot zeer grote hoogte. Burrell durft het aan en doet daar samen met niemand minder dan Tift Merritt zelfs een duet. Het moet niet gekker worden denk je dan. Maar de lat wordt nog hoger gelegd. Hoe donker is een melodie, Burrell bewijst het met ‘Dirty Little Secrets’ en het daarop volgende akoestische ‘Set It All On Fire’.
‘GO’ laat een montere Reto Burrell horen die weet waar zijn wortels liggen. Deze Zwitserse padvinder maakt puristische Rock ‘n’ Roll met een plezierig onderbuikgevoel. (Jan Janssen)
|