Januari 2010

King Wilkie, Presents: The Wilkie Family Singers  (Casa Nueva Records)

Samen met Ted Pitney formeerde componist, multi-instrumentalist en zanger Reid Burgess in 2002 King Wilkie, een bluegrassgroep uit Virginia. Na de opnames van het tweede album ‘Low Country Side’ in 2007, was Reid Burgess nog het enige overgebleven bandlid, aanleiding om zijn heil te gaan zoeken in New York. Daar ontmoette hij multi-instrumentalist en zanger Steve Lewis, als zijn belangrijkste nieuwe partner in crime. Dat alles had een aanzienlijke verandering van muzikale koers tot gevolg, want het conceptalbum ‘Presents: the Wilkie Family Singers’ bezit een brede range aan stijlen. Twaalf songs vormen een erg fraai  eclectisch geheel, waarvan de teksten de besognes reflecteren van een (fictief) zingende familie, die worstelt met de vraag wat hen drijft tot de onconventionele muziekwereld te willen behoren. Ene Dr. Art staat hen daarin bij. 

In een ruime vrijwel geheel akoestische bezetting van gitaren, banjo, dobro, mandoline, viool, orgel, piano, bas, drums en koperinstrumenten, wordt geen enkele muzikale richting geschuwd. De plaat begint en eindigt met Moon and Sun/ Sun and Moon, een vrolijk country/bluegrass meezingdeuntje. In Goodby Rose is het staccato pianospel schatplichtig aan John Cale en wordt er prachtig brassbandwerk afgeleverd. Dan volgt Videotape, een popnummertje met  softe glans, waarin Robyn Hitchcock sologitaar speelt. In Same Water viert de countryblues hoogtij, mede dankzij het fantastische dobrospel van David Bromberg.  Sweet Dreams is een doowop/rhythm & blues ballade, zó gevoelig en traag gezongen dat het een aard heeft. Symboline is een klein folkpop liedje: akoestisch gitaartje, pingelende piano en hypergevoelige samenzang. In Railroad Town gaat gastzanger Peter Rowan – onder een hamerend pianoritme – een diepgaand folkduetje aan met zangeres Abigail Washburn (Uncle Earl), gevolgd door het rustieke backporch liedje Hey Old Man. Tijd dan voor Dr. Art, welke song met grote zwierigheid gezongen/gebrald en in een uitbundige dixielandjazz stijl gespeeld wordt. Onweerstaanbaar is Orange Creme House: een haast plechtstatig klinkend stuk in ingehouden marsstijl, diep doortrokken melancholie door het fraaie koperwerk en de werkelijk subliem huilende tenor van Reid Burgess. Nog dieper misschien raakt me In Take It Underground, allicht doordat daarin het allerbeste van mijn all time favoriet The Band naar boven wordt gehaald.

In enkele woorden samengevat: weergaloos en voor elke familie verplichte aanschaf. (Huub Thomassen)

01-16
Next
Up
Previous