Januari 2008

John Dear Mowing Club, John Dear Mowing Club (Independent)

Na het lezen van het nu volgende wordt ik waarschijnlijk verbannen naar een onbewoond eiland. Soms wordt een CD je door strot gedrukt. Als dat dan goed smaakt is dat zo’n probleem nog niet. Bij mij begint de terughoudendheid dan meteen de overhand te krijgen. Een geweldig voorbeeld. Vorig jaar zag ik de uit Nederland afkomstige Alt. Country-noir formatie Smutfish optreden voor maar vijfentwintig man in Roepaen in Ottersum. Schande. Toch werd de band, in die tijd, alom bejubeld en geprezen in de media. Smutfish was of is misschien nog steeds wel een fraai band, maar terwijl muzikaal alles klopte gebeurde, buiten een paar cynisch goedbedoelde opmerkingen van liedjesdichter Melle de Boer, er maar vrij weinig op het podium. Kijkend naar dat tijdsbeeld en luisterend naar mijn bescheiden mening is naam Smutfish aan die enorme hype ten onder gegaan. Ik kom hier later op terug! Blindvaren op de schrijvende media, inclusief de gedachtegangen hier gedaan bij het Real Roots Café, word dan “ook door mij” sterk afgeraden. Zelf luisteren en vooral zien, is en blijft het ultieme leerplan. Toch blijven wij u graag informeren over het gestaag groeiende aanbod van Nederlandse Alt Country producties.

Voortbordurend op bovenstaande komen we uit op de “nieuwe” Nederlandse formatie John Dear Mowing Club. De vijfenveertigjarige frontman en afgestudeerd beeldend kunstenaar Melle de Boer vond de muziek die hij maakte niet meer bij de naam Smutfish passen. Op de website schrijft hij daarover “Alsof we eruit gegroeid waren. Het uitkomen van de nieuwe CD was de nu of nooit kans om met de oude naam af te rekenen.” Waar hij nu mee wil afrekenen weet ik niet precies? Op dit “debuutalbum” worden wel wat onvoorspelbare muzikale zijpaden ingeslagen, maar die trof ik ook al aan op de Smutfish albums Lawnmower Mind en Through A Slightly Open Door. Ondanks het feit dat die zijpaden nu meer verkend en betreden worden, trapt de CD af met, wat ik dan weer noem, een typische Smutfish vondst genaamd Marilyn Postcard. Op de sfeervolle slepende klaagzang lijkt de uit Brabantse afkomstige liedjesdichter Melle de Boer een patent te hebben. Daarna wordt het allemaal wat ruiger en komt er meer groove in het geheel. Uitschieters als The First Time I Heard Townes Singing, CowboyGirl, Bare Hands, en Lether Pants vallen dan meteen op. De donkere humeurige melodiepatronen verraden echter geen echte vernieuwing maar etaleren handelswaar die sterk refereren naar bijvoorbeeld Spooner Oldham, Giant Sand en Neil Young. John Dear Mowing Club benaderd de muziek en de daarbij behorende tekst inkleuring op kunstzinnige manier. Dit lijkt mij, gezien de achtergrond van Melle de Boer, een logisch gevolg. Wat mij betreft lijkt de naamswijziging daarom dan ook meer op een marketing technisch verhaaltje als op een duidelijke muzikale koerswijzing. Desalniettemin, vind ik dit ongetitelde album van John Dear Mowing Club meer dan de moeite waard vinden. Hij stijgt, in ieder geval, ver boven de gemiddelde Nederlandse producties uit. Niet te braaf maar ook niet losgeslagen, maar gewoon een lekkere muziekdrager waarvan ik zeker weet dat hij nog wel enige tijd zal door blijven groeien. (Jan Janssen)

01-16
Next
Up
Previous